|
Gedenken van de doden in Rome
In Rome word je omringd door de herinneringen aan de doden. De doden werden in de Romeinse tijd buiten de poorten gehouden, de begraafplaatsen, de mausoleums, de gedenktekens stonden langs de uitvalswegen via Appia Antica, via Tiburtina, via Salaria. Langs de via Appia Antica zie je ze nog, de Romeinse gedenkstenen voor de doden. Portretten van de overleden familieleden.
Christenen huurden of kochten toen ook de grond voor de catacomben, waar ze hun doden konden begraven in uitgehakte graven langs de eindeloze ondergrondse gangenstelsels. Daar schilderden ze afbeeldingen van verkwikkende maaltijden bij de doden waarmee de dood tot een korte rustpauze werd gemaakt op de tocht naar het hiernamaals.
Belang van geschiedenis en kunstgeschiedenis
De geschiedenis is belangrijk voor me. In het algemeen en de kunstgeschiedenis in het bijzonder. Een Egyptisch beeldje uit het derde millennium voor Christus heeft een zelfde waarde als inspiratie als een schilderij van Enzo Cucchi uit de jaren negentig van de twintigste eeuw. Het staat allemaal naast elkaar: een Etruskische muurschildering in een tombe in Tarquinia, een Longobardische kledingspeld, een muurschildering uit de achtste eeuw in het kerkje Santa Maria foris portas in Castelseprio, een gekruisigde Christus van Cimabue in de S. Croce in Florence, een dageraad van Guido Reni in Casino Pallavicini in Rome.
De doek van Veronica
Ik combineer beelden, bijvoorbeeld door een op perspex geschilderd portret te bevestigen op een doek. Het is een van de simpelste manier om verschillende lagen in het schilderij weer te geven. Het is als Veronica, die een doek omhoog houdt met de afbeelding van Christus gelaat op een schilderij van de Meester van Flémalle in Frankfurt: twee afbeeldingen in één beeld.
Decoratieve patronen
Ik gebruik patronen die geïnspireerd zijn op de cosmaten-patronen van vloeren, zuilen en beeldhouwwerk in de kerken in Lazio. Of in de Romeinse vloermozaïeken zoals in de ruïnes van de stad Grumentum in Basilicata. Ik vermijd een realistische omgeving of achtergrond.
Spiritualiteit herontdekken
Het katholicisme heeft op tal van manieren vorm gegeven aan het beeld van een leven naast het direct zichtbare. Dat is eerst te zien in de fijnzinnige, zoekende schetsen in de vroeg-Christelijke kunst. Die is schatplichtig aan de laat-antieke kunst, maar zet rigoreus overboord wat niet nodig is. Het vroeg-middeleeuwse werk is beperkt in uitdrukkingsmiddelen maar doelgericht en rijk aan zeggingskracht. Later werd in de renaissance de zoektocht naar het hemelse in de aardse werkelijkheid gezocht. Of recenter, de barokke kunst die theaters schiep waarin de scheidslijn tussen het aardse en het hemelse leven was opgeheven. In de 19de en 20ste eeuw is de Christelijke spiritualiteit radicaal uit de kunst en daarmee het denken verbannen. Wat overbleef, was vaak niet meer dan sentimentaliteit en ijle symboliek. Het is nu van belang opnieuw naar een werkelijk fundamentele vormentaal te zoeken om de spiritualteit te kunnen verbeelden.
Kardinaalsportretten
In Rome, in de Santa Prassede, trof mij ooit het beeld van de Franse kardinaal Anchier de Troyes, liggend op een met cosmatenwerk versierde tombe. In 1286 was hij gestorven, het verhaal is dat hij vermoord werd in deze zelfde kerk. Arnolfo di Cambio, aan wie dit beeld is toegeschreven, geeft dit portret de waardige uitdrukking van een kardinaal op leeftijd. Niemand die nog weet hoe de kardinaal er werkelijk uitzag. Dat komt goed uit. In de tijd dat deze kardinaal leefde, was werkelijke gelijkenis ook niet het hoofddoel bij een portret, ook tijdgenoten van de kardinaal hoefden de gelijkenis niet te zien.
Ik ga vaak een kijkje nemen bij de kardinaal. Juist deze laat-middeleeuwse herdenkingsbeelden hebben een combinatie van een portret en een onpersoonlijk allegorisch beeld. De gelijkenis was ook niet relevant voor de herdenking van deze gestorvene. Een man werd hier herdacht en daarmee ieder sterfelijk wezen, iedereen.
Vlakbij ligt de basiliek San Giovanni in Laterano, moeder en hoofd van alle kerken. In de kloosteromgang is een van de eerste bekende beelden van de hand van Arnolfo di Cambio te zien, een grafmonument van kardinaal Annibbaldi. Niet alleen de beeldhouwer was jong, ook de kop van deze kardinaal is veel jonger dan die van kardinaal de Troyes in de Santa Prassede.
De herdenking van de doden in beeldhouwwerk is natuurlijk geen Romeins of Italiaans verschijnsel.
In de Notre dame in Parijs kwam ik een rustende kardinaal in steen tegen. Voor een grote verzameling van beelden van belangrijke doden ga je naar de rand van Parijs, in de basiliek van Saint-Denis. Hier liggen de Franse koningen, van de eerste Frankische koningen uit het begin van de zesde eeuw, Clovis I en Childebert I, of de koningen uit de late middeleeuwen uit het huis van Capet, zoals Philips IV. In de late middeleeuwen kregen de Franse koningen een gezicht, toen werd het beeldhouwwerk gemaakt. Ook latere vorsten zijn hier in deze kerk bedacht met beeldhouwwerk, maar niet altijd meer liggend. Bijvoorbeeld de onthoofde koning Lodewijk XVI en zijn vrouw Marie-Antoinette uit het huis Bourbon: dit paar knielt samen in gebed voor een beter leven dan dat het was in Frankrijk aan het eind van de 18de eeuw. Het zijn portretten met een realistische aard. Voor mij als inspiratiebron minder interessant.
Als je in Rome vanaf de Santa Prassede de drukke via Liberiana oversteekt loop je zo de grote basiliek Santa Maria Maggiore binnen. Daar zie je veel portretten van belangrijke doden. In de Cappella Sistina, de grote kapel aan het eind van het schip rechts, is de tombe van paus Pius V aan wie de kapel gewijd is. De paus ligt in een glazen kist, gekleed en met een masker van goud. Het dodenmasker toont wellicht zijn gezicht zoals het vlak na zijn dood in 1590 was. In die zin is het goed gelijkend. Maar daarmee is het ook weer moeilijker om je met deze persoon te identificeren. Het is een bepaalde dode, op een bepaald moment.
|